Het Vijfde Evangelie volgens Mickey

Geplaatst Een reactie plaatsenGeplaatst in Poëzie

Toen ik in 2008 debuteerde bij Uitgeverij Nieuw Amsterdam hoorde daar natuurlijk een bezoek aan mijn redacteur bij. Ik kocht een ticket, want woonde in Istanboel, ging bij de uitgeverij langs en kreeg meteen twee zaken voor de kiezen: eerst een tirade tegen abstracte kunst van het niveau ‘kan mijn neefje ook’, en ten tweede zei Henderson ‘politieke gedichten, niet doen. Kan niemand iets mee.’. Ik hoorde het enigszins verbijsterd aan. Het mag niemand verbazen dat nu, tien jaar later, nu het plots hip is om politieke gedichten te schrijven deze redacteur hele andere adviezen verstrekt. Maar weet u wat ik denk van mensen die politiek beginnen schrijven omdat het in de mode is? Ik denk dat die mensen helemaal niet oprecht zijn.

Dat probleem heb ik bij de gedichten van Clinton V. du Plessis niet, want die schrijft al zijn hele leven politiek geladen gedichten, oprechte en vaak schrijnende poëzie die me soms diep weet ontroeren. En in dit tijdperk waar iedereen de mond vol heeft over diversiteit is het tussen al die obsessie met de groepsidentiteit bijzonder nuttig gedichten te lezen van iemand die de apartheid aan den lijve heeft meegemaakt. Clinton, zoon van een spoorwegarbeider, verhaalt in veel gedichten over het Zuid Afrika van de jaren zeventig en tachtig, armoede, apartheid, chaos, maar in al die ellende lukt het hem diep menselijke gedichten te schrijven die tot de kern van je wezen gaan.

Ik ben geen traditioneel vertaler, omdat ik vind dat de boekdrukkunst niet voor niets is uitgevonden, en mij gaat het slechts om het resultaat, een zo goed mogelijk gedicht. Daarom koos ik ervoor in deze bundel ook het origineel af te drukken, zodat de lezer ook de klanken van het Afrikaans kan genieten en kan zien waar mijn vertaling van het origineel afwijkt. Uiteraard poog ik meestal wel dicht bij het origineel te blijven – anders zou ik een frustraat zijn – maar heel soms geef ik een gedicht een ietwat andere wending, een vrijheid die weinig vertalers zich permitteren. Toch meen ik op deze wijze goed het wezen van Clintons gedichten te hebben gevangen, en hoop ik dat u als lezer dezelfde indruk zal hebben.

Nu we in een tijdperk leven waarin het ‘etnische conflict’ schijnbaar onze dromen en idealen moet gaan vervangen vind ik het van het grootste belang een stem te horen die de gevolgen van dit soort onzin tot op het bot moest doorvoelen. Toen ik remigreerde naar Nederland was het eerste dat mij opviel dat mensen in mijn geboortedorp Mierlo met sinterklaas plots en masse Nederlandse vlaggen begonnen uithangen. Ik wist niet wat ik zag, wat heeft sinterklaas met nationalisme te maken? Maar dit is dus het wezen van de ‘identiteitspolitiek’ – het is geen kinderfeestje meer maar een deel van de eigen identiteit.

Kom los van je identiteit, en lees de gedichten van Clinton du Plessis, die met een diep menselijke stem beelden schetst die tot de kern weten raken, humanistisch-filosofische gedichten die pogen het grotere plaatje te schetsen dat ons allen aangaat. Het leven is te kort om het te verdoen met kleine obsessies. Maar het leven is gelukkig ook lang genoeg om kennis te nemen van deze prachtige poëzie. Met gepaste trots presenteer ik u deze bundel vertalingen, van een van de belangrijkste Zuid-Afrikaanse dichters, al heeft hij dan zijn hele leven in de marge moeten publiceren.

Martijn Benders

(Voorwoord bij de bundel ‘Het Vijfde Evangelie volgens Mickey’, verschijnt 15 december bij de Kaneelfabriek)

De Tao van T – Anton Dautzenberg

Geplaatst Een reactie plaatsenGeplaatst in Poëzie

De schrijver en dichter Anton Dautzenberg is benoemd tot Stadsdichter van Tilburg en hij heeft een indrukwekkende openingstoespraak geschreven, die een modern probleem benoemt: de omgekeerde wereld waar de bemiddelaar het geld krijgt in plaats van de kunstenaar.

“Het gemiddelde maandsalaris van een mannelijke medewerker van het bkkc, het Brabants Kenniscentrum Kunst en Cultuur, bedraagt ruim € 4.300,-.Ik citeer uit het jaarverslag over 2017, het laatste jaarverslag voor de bromance met Kunstbalie. € 4.300,- per maand.Daar komen vakantiedagen bij, en vakantiegeld, een bijdrage in de verzekering voor arbeidsongeschiktheid en werkloosheid, een pensioenbijdrage, ontslagbescherming, reiskosten en vast nog enkele secundaire arbeidsvoorwaarden. Kwantificeer ik het voorgaande rijtje, dan kom ik uit op minimaal € 5.300,- per maand. / Het gemiddelde salaris, de naam zegt het al, middelt de salarissen van alle medewerkers, dus ook die van het administratief en ondersteunend personeel. Hoe dichter op de inhoud, hoe hoger het inkomen. Ik ben daar blij mee, en dat meen ik, want het is een indicatie dat kunst en cultuur, het domein waar de medewerkers van het bkkc zich dagelijks met veel passie op storten, belangrijk is. / De importantie wordt ook explicíét benadrukt door het instituut – op de site, op vrijwel elke pagina van het jaarverslag. Kunst draagt bij aan ontmoeting en verbinding. Kunst inspireert en verrijkt het leven. Kunst vormt de voedingsbodem voor nieuwsgierigheid, verbazing en verbeelding. Kunst zorgt voor een bruisend cultureel klimaat en vormt een vliegwiel voor economische groei en sociale aantrekkingskracht. Maar ook: Kunst opent, versterkt en verscherpt het debat; kunstenaars moeten controversieel zijn, schuren, een tegendraads standpunt innemen. Kortom, volop lof voor de kunsten. En ook daar ben ik blij mee. / De gemeente Tilburg gebruikt in haar jaarverslag vergelijkbare superlatieven als het om kunst en cultuur gaat; de hoogte van de salarissen van de medewerkers die zich met dit o zo belangrijke domein bezighouden heb ik niet kunnen achterhalen. Het zullen voor het merendeel hoogopgeleiden zijn, vergelijkbaar met hun collega’s bij het bkkc. / € 5.300,- per maand. Als stadsdichter van Tilburg krijg ik € 3.600,-. Per jaar. Bruto. Dat is € 300,- per maand. Geen vakantiegeld, geen pensioenbijdrage, geen doorbetaling bij arbeidsongeschiktheid, vul het rijtje zelf maar aan – voor die luxe ben ik als zzp’er zelf verantwoordelijk. Gezien de van de daken geschreeuwde importantie van kunst is dat bedrag natuurlijk bizar, lachwekkend laag.”

Lees de hele toespraak van Anton Dautzenberg

Besprekingen Dhr B. van der Pligt

Geplaatst Een reactie plaatsenGeplaatst in Poëzie

THE MURDER CAPITAL – When I Have Fears
MARTIJN BENDERS – Baah Baah Krakschaap / De P Van Winterslaap
BLACK MIDI – Schlagenheim

Dat plan van mij om mij op de elpeerecensie toe te gaan leggen daar dreigt weer helemaal niks van terecht te komen. Er kwam deze zomer ook niet veel interessants onder mijn aandacht. Slechts drie releases zijn het vermelden waard. Ik zal van alledrie melden waar het ongeveer op lijkt en waar het aan doet denken en of dat een goede zaak is of juist niet. Kortom: een recensie.

The Murder Capital is een soort U2 maar dan beter. Een soort Protomartyr maar dan minder. Een soort Joy Division maar dan platter. Het is de robuuste zang die het boven de middelmaat uittilt, zwaar op de hand zoals alleen een adolescent dat mag. Cry rijmt op Die en het gaat allemaal over Life en Death. Van zijn teksten moet-ie het niet hebben, die James McGovern. Hij doet daarmee aan Charlie Parker denken.

Hoe anders is het gesteld met Martijn Benders. Het conceptalbum Baah Baah Krakschaap / De P Van Winterslaap is helaas niet op vinyl verschenen. Met de verklaring ‘Een mikado van naalden / waarin de tijd groeven morst’ zet Benders zich al aan het begin van een der dubble A-kanten af tegen deze ouderwetse geluidsdrager. Het kan ook over bosbouw gaan, of over het Japanse feodale stelsel. Het is al snel duidelijk dat men zich bij de mededelingen in BBK/DPVW beter niet te veel vragen kan stellen. Bij voorkeur laat men zich op de zelfverzekerde woordenstroom loszingen naar een hoogte waarop alleen de muziek overblijft. Als bij een vroege King Crimson maar ook weer niet.

Hoe anders is het gesteld met black midi. Dat is dan weer meer een soort late King Crimson. Ze hebben een virtuoze drummer die je gehoord moet hebben anders kun je er niet over meepraten. De rest loopt daar heel ijverig omheen te pingelen met veel wendingen en gewilde eigenwijsheid. Vergeleken bij hun live-optredens klinkt het album Schlagenheim bovendien erg lichtvoetig en irriteert het naar mijn smaak te weinig. Het lijkt wel alsof ze willen dat we het mooi vinden. Het tegenovergestelde dus van black midi live. Nee, dat schrijven van recensies daar ben ik een beetje op uitgekeken. Op het laatst lijken alle albums op ekaar, met twee kanten en in het midden een gat. Na een klein half uurtje draai je de boel om en dan krijg je nog een sessie voorgeschoteld. En daarover moet je dan ook weer een mening hebben.

Ik ben van de drie hier besproken albums stuk voor stuk onder de indruk maar wat moet ik erover zeggen? Voor elpeerecensent blijk ik niet in de wieg gelegd. Ik zal proberen een mooie foto te maken en die plaats ik dan hieronder.

Bart van der Pligt

I.M. David Berman

Geplaatst Een reactie plaatsenGeplaatst in Poëzie

Deze week overleed de zanger van The Silver Jews, David Berman. Zelfmoord. Behalve fantastische liedjes was de man ook zeker geen onverdienstelijk dichter. “You know Louisville is death, we’ve got to up and move / Because the dead do not improve…

Hier een gedicht van hem, dat hij in vrede mag rusten:

Snow Poem

Walking through a field with my little brother Seth

I pointed to a place where kids had made angels in the snow.
For some reason, I told him that a troop of angels
had been shot and dissolved when they hit the ground.

He asked who had shot them and I said a farmer.

Then we were on the roof of the lake.
The ice looked like a photograph of water.

Why he asked. Why did he shoot them.

I didn’t know where I was going with this.

They were on his property, I said.

When it’s snowing, the outdoors seem like a room.

Today I traded hellos with my neighbor.
Our voices hung close in the new acoustics.
A room with the walls blasted to shreds and falling.

We returned to our shoveling, working side by side in silence.


But why were they on his property, he asked. 

Psychopatenmoralisme

Geplaatst Een reactie plaatsenGeplaatst in Poëzie

Het moet wel een van de meest bizarre videos zijn die ik laatste tijd zag, maar de video illustreert perfect wat er eigenlijk schort aan dat hele ‘identiteitsdenken’.

‘Sensory overload’ is mij als persoon niet vreemd – ik denk ook dat de meeste mensen het als fenomeen wel kennen, je gaat een dagje naar een drukke stad en je komt uitgeput thuis. Maar wat je hier ziet is dat iemand meent het recht te kunnen opeisen dat iedereen daar rekening mee houdt, terwijl de eigenlijke manke de absentie is van de nodige discipline om dit fenomeen (tijdelijk) te overwinnen – een persoonlijke tekortkoming wordt op de massa geprojecteerd, die ‘schuldig’ is aan jouw persoonlijk gebrek aan training. Anderzijds: als je die ‘sensory overload’ waarlijk serieus neemt dan moet je het format veranderen, je anders organiseren, niet zo massaal in eng verlichte ruimtes etcetera. Maar ook dat doet men niet. Je gaat in zo’n ongeschikte ruimte eindeloos staan eisen dat anderen zich aan jou aanpassen. Hetzelfde gaat op voor dat andere ‘genderspecifieke’ ding – de spreektaal moet wijken omdat jij je er eindeloos beledigt door wenst voelen, een zo goed als onmogelijke premisse. Uiteindelijk resultaat is alleen maar dat niemand ‘links’ nog serieus kan nemen. Je kunt je dus afvragen wie er nou echt belang heeft bij dit soort psychopatenmoralisme en waar het eigenlijk vandaan komt.

Daar heb ik niks mee, poëzie!

Geplaatst Een reactie plaatsenGeplaatst in Poëzie

Vraag een Nederlander iets over poëzie en in 99% van de gevallen krijg je te horen, ‘daar heb ik niks mee, poëzie!’. Een uiterst merkwaardig antwoord, want je hoort nooit hetzelfde over bijvoorbeeld schilderkunst of film. Het lijkt verdacht veel op een soort kortsluiting die de hersenen wegens een opgelopen trauma hebben aangelegd. De Nederlander associeert poëzie met een traumatische ervaring opgedaan in het verleden, maar welke ervaring zou dat zijn? Je zou natuurlijk kunnen stellen dat Nederlanders an sich een ondichterlijk volkje zijn, met zijn wortels in de zeevaart en koopmanscultuur – dat de dichtkunst de (soms terechte) reputatie heeft aanstellerig te zijn, dat schilderijen geld waard zijn en gedichten niet (en dus niet interessant) – er valt van alles te verzinnen, maar het is de vanzelfsprekendheid van de reflex die doet vermoeden dat er wel degelijk een traumatische ervaring achter schuilt.

Maar welke dan? Het onderwijs is een mogelijkheid. Om een of andere onzalige reden draait alle literatuuronderwijs om promotie van Nederlandse dichters, alsof de rest van de wereld gewoon niet bestaat. Dat heeft iets engs en nationalistisch. Het is alsof je tijdens de muziekles alleen maar Nederlandstalige hitjes te horen krijgt, en als men doet alsof dat volkomen vanzelfsprekend is is het niet zo vreemd dat een gevoelige ziel daar een reflex bij ontwikkelt.

Of zou het de Sinterklaastraditie zijn? Nederland is immers het enige land ter wereld waar men elk jaar gedwongen wordt gedichtjes te schrijven voor de kleintribale, oedipedische structuur die bekend staat als ‘de familie’. Gedwongen gezelligheid, kneuterig amateurisme, onderbroekenlol. Ook hier weer zou een gevoelige ziel makkelijk een reflex ontwikkelen. Daar heb ik niks mee.

Een derde mogelijkheid is dat het het algehele niveau van onze dichtkunst is die traumatisch werkt. Een mogelijkheid die zeker niet moet worden uitgesloten. Waren er vroeger tien dichters, nu moeten het er duizend zijn, en ze schrijven bijna allemaal hetzelfde soort werkjes, alsof ook zij getraumatiseerde automaatjes zijn die alleen als een soort op hol geslagen therapeutisch kopieerapparaat tekeer kunnen gaan. In dat licht bezien is de reflex ‘daar heb ik niks mee’ wellicht bescherming tegen een ander trauma.

Wat ook de waarheid is, we kunnen in elk geval concluderen dat mensen die zo reageren niet per se ongevoelig zijn maar eerder misschien wel het tegendeel. Het is aannemelijker dat juist een ongevoelig mens zich kritiekloos bovenstaande trauma’s zou laten welgevallen. Stel je toch eens voor dat elke Nederlander werd gedwongen elk jaar schilderijtjes te schilderen voor zijn familie, vervolgens op school een soort eng-nationalistische schilderijtjesparade moet duiden en als klap op de vuurpijl als volwassene wordt getorpedeerd met buurthuis geknutsel welke voor hoge kunst door zou moeten gaan. Mijn hemel, ik zou het uitschreeuwen: Schilderijen? Daar heb ik niks mee!

Maar mijn antwoord op die reflex is dan ook altijd simpelweg te zeggen dat deze gevoelige, zich ingegraven mens nooit daadwerkelijk poëzie wist lezen. Het helpt geen fluit, want daarvoor zit het trauma gewoon te diep. Maar het is de waarheid, jullie lazen nooit ook maar een enkel gedicht, jullie zijn enkel op de ziel getrapt door krankzinnige tradities.

Waar blijft de psychoanalyse? Het is verdorie een goudmijntje, het El Dorado van de jeugdtraumas dat ik hier aansnij.

Gelukkig biedt de technologie uitkomst. Elon Musk is bezig met een project waarin hij iedereen een chip in het hoofd gaat plaatsen. Ik ben een onderhandeling begonnen om ook een poëziechip te ontwikkelen, die deze reflex omzeilt, en mensen en masse naar de bibliotheek doet snellen om boeken van Trakl, Ritsos en Szymborska te lenen, wat zeg ik, ze kennen dan al die boeken instant uit het hoofd! Het zal het einde inluiden van de traumatische dichtcultuur, een nieuw begin, en het begin van een tijdperk vol heel ingewikkelde en doorvoelde sinterklaasgedichten.

(Dit is een stuk uit het filosofische brievenboek waaraan Martijn Benders momenteel werkt)

Duurzaamheid in de literatuur (3): mercy sales

Geplaatst Een reactie plaatsenGeplaatst in Poëzie

Wat is een ‘mercy sale’? Dat is de reden dat colportage goed werkt. Het is veel lastiger nee te zeggen als iemand voor je staat. Je kent het wel, je gaat per ongeluk een keer naar een dichtersavond, er blijken vijf mensen aanwezig, en de dichter in kwestie staat er zijn bundels te verkopen. Ik ken een persoon die landelijk elk festivalletje afreist om daar met een kraampje zijn eigen werk te slijten. En daarna schept hij op over zijn populariteit – bon, maar dat is toch een manier om vals te spelen: je kunt slechts van populariteit spreken als elke dichter met een kraampje alle festivals afreist en jij dan een stuk beter verkoopt. Het is in elk geval niet zo dat mercy sales iets met liefde voor poëzie te maken hebben.

Juist verkoopcijfers zijn dus feitelijk uitermate onbetrouwbaar om te meten hoe populair iemands gedichten nu werkelijk zijn, omdat je als je dat serieus zou willen doen je het percentage mercy sales moet weten.

De klimaatafdruk in beschouwing genomen die het kost om een bundel op deze wijze aan betere verkoopcijfers te helpen – schijnpopulariteit ten koste van het klimaat – en die hele festivalcultuur, die instant vermaakcultuur die vooral tijdens mijn generatie kwam opzetten uit Amerika – de cultuur die uiteindelijk slechts de amnesia dient en niets zal overlaten voor toekomstige generaties: het is het nihilisme pur sang, en het populisme ten voeten uit.

Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat een dichtbundel tegenwoordig vooral een soort merchandise is geworden, iets wat je moet hebben om bij je optredens te verkopen. In de muziek zie je een beetje hetzelfde plaatje – muzikanten kunnen slechts door heel veel op te treden overleven, en hebben dus nauwelijks nog tijd om veel in een dure studio aan een geniale plaat te gaan werken.

Dat is een triest gegeven.

Combineer het met de door en door commerciële talentenjachtcultuur en je krijgt al helemaal een akelig plaatje, want zodra alles alleen maar over nieuwe talenten gaat (vroeger dus een munteenheid) is er geen duurzame groei als artiest meer mogelijk.

Waarom zie je tegenwoordig zo’n perfide focus op overbekende iconen? Waarom dat culturele monopolisme? Waarom duizend artikelen over Remco Campert, die dan op zijn negentigste verjaardag laat weten dat Frank Koenegracht eigenlijk een beter dichter was. Een beetje laat misschien om de schijnwerpers af te staan? Waarom liet hij dat niet eerder weten? Deze week ging het in de Volkskrant weer over de wandelstok van Remco Campert. Kleine kringetjes, kleine wereldjes, wie het open veld schuwt is misschien iets te oud geworden om nog als smaakmaker door het leven te gaan. Je zou er bijna een krant van gaan kopen, ware het niet dat je een beetje onpasselijk wordt van zulke mercy sales.

Literaire duurzaamheid (2): Bookaroo, slecht voor het klimaat.

Geplaatst 2 reactiesGeplaatst in Poëzie

In het vorige stuk over literaire duurzaamheid betoogde ik dat niet zozeer boekdruk een ecologische afdruk veroorzaakt maar eerder optredens. Marc van Oostendorp daagde me op facebook vervolgens uit om met een berekening te komen. Daar ga ik graag op in.

De hoeveelheid energie die het kost om een boek te drukken en te vervoeren naar de lezer: een drukpers een uurtje of 4 tegen 500 KW = 2000KW, vervoer naar klant is deelvervoer, immers de pakketbezorger heeft vele pakketjes, reken op een 10 kilometer en dus een liter benzine. Dit alles zorgt voor een CO2 afdruk van ongeveer 10.000 Kw.

Een optreden op een middelgroot podium met 6 studiolampen en 30 man publiek, die allemaal samen 60 drankjes nuttigen:

6 studiolampen: 1200 watt maal 3 uur = 3600 watt
Druk poster en publicatiemateriaal: 1000 watt
Energie tap en zaal: 4000 watt
Energie vervoer drankjes: 2000 watt
Energie PA: 2000 watt
Vervoer 30 mensen naar locatie: 30 maal gemiddeld 4 kilometer, ik reken 13 liter benzine: 120.000 watt
—————————
Opgeteld: 132.000 watt, voor een enkel optreden. Dat is ongeveer dertien maal de klimaatafdruk die nodig is om een boek te drukken en bij de klant te krijgen.

Mijn stelling dat juist optreden klimaatonvriendelijk is is dus bij lange na niet zo vreemd.
Ook heb je soms vreemde initiatieven, bijvoorbeeld dat ‘Bookaroo’. Wat Bookaroo doet is jouw bestelling bij een boekhandel neerleggen, die dan het boek dat hij zelf bij het CB bestelde weer naar jou laat vervoeren. Dat betekent echter een verdubbeling van de klimaatafdruk, immers het boek moet nu liefst twee keer vervoerd worden. Wie dus om het milieu geeft laat dit soort rare initiatieven links liggen.