Kennismaking met Maxime-Isis Vogels

De uit Den Haag afkomstige kunstenaar en dichter Maxime-Isis Vogels studeert in Berlijn en komt begin volgend jaar met een debuutbundel bij de Kaneelfabriek. We deden een interview om alvast kennis te maken.

Vraag 1: Wat zou je in je eigen leven tot dusverre als magisch bestempelen? Wat is jouw definitie van magie?

Maxime-Isis: Elke keer wanneer ik een realisatie heb die mij dichter tot mijzelf brengt, zie ik dit als iets magisch. Bijvoorbeeld wanneer ik ontdekte dat ik queer ben en wanneer ik voor het eerst de aantrekkingskracht van de visuele en geschreven kunsten voelden. Magie voor mij is niet dit euforische, rozenschijn en manengeur ding. Vaak zijn het confronterende realisaties die zeker niet altijd makkelijk zijn, maar de magie van deze obstakels is dat het me leid naar een pad van authenticiteit. Wanneer een vliegtuig vliegt zien we dit niet als magisch, maar als een theekopje langs je hoofd zou razen, wel. Ik voel me als dit theekopje.

Vraag 2: Je voelt je als een razend theekopje, een dichterlijke metafoor die natuurlijk aan Alice in Wonderland doet denken. Vertel eens, waarom is een raaf als een schrijfbureau? En bezijdens dat raadsel, vertel eens wat meer over dat ‘pad van autenticiteit’, hoe zie je dat voor je, wat voor kenmerken heeft het. hoe leef je ernaar?

Maxime-Isis: De raaf is als een schrijfbureau zoals een raam als een huis is. Glazen plafond, afbakenen, buiten houden maar wel willen gluren. Lang heb ik me gevoeld als die raaf die het cliche van de geteisterde, rode wijn drinkende, ketting rokende, witte, mannelijke schrijver bestudeerd. Maar raven kunnen ook schrijven en ramen kunnen ook breken. Maar als ik het letterlijker lees dan is een raaf als een schrijfbureau omdat je overal kunt schrijven, zoals een raaf overal kan gaan.

En dan het pad van authenticiteit, om te beginnen wil ik melden dat authentiek zijn misschien voelt als een hele vaste vorm van zijn, maar eigenlijk is het de meest fluïde vorm van bestaan. Ik ben hypocriet en ik verander snel van gedachten en dit in de naam van authentiek zijn. Dit pad is voor mij niet maar één pad, het is de A2 maar ook dat bergpaadje in Zwitserland. Het vermogen om te groeien en te willen luisteren naar andere en leren van andere. Ook is het misschien makkelijker om authentiek te zijn als je al jong bent bestempeld als “anders”. Eerst voelde ik me alleen, een buitenstaander, iemand die niet in de “norm” past. Als je buiten het bootje word gegooid en je kan niet zwemmen moet je snel een eigen manier vinden boven water te blijven. Die authenticiteit voelde eerst ietwat gedwongen als jonge puber, maar nu ben ik dankbaar en heeft het me geleerd te voelen en te reflecteren op wat ik echt wil en wat voelt als ik. En op z’n Haagsch; schèt hebbe!

MB: Ik voel wel een zekere band met Den Haag, ik heb het zelf altijd de leukste stad in de Randstad gevonden. Maar dat is misschien omdat ik zo’n leuke rondleiding kreeg door Melle de Boer. Wat authenticiteit betreft, lijkt dat niet ook erg bijvoorbeeld op een term als eerlijkheid? Ik zeg altijd, de eerlijke mensen zeggen dat ze een leugenaar zijn, als ik mensen zie die een beroep doen op de eigen eerlijkheid vind ik dat uiterst verdacht. Zo denk ik ook een beetje over authenticiteit. Authentiek veronderstelt een autonomie, maar je bent eigenlijk dichter bij gratie van de voorbeelden die je kunt imiteren. Dat is niet erg, maar in Nederland zie je naar mijn idee helaas dat mensen erg elkaar nadoen en dat het lijkt alsof de Nederlandse poëzie in een soort vacuüm zit ten opzichte van de rest van de wereld. Als je al buitenlandse rolmodellen hoort zijn het altijd dezelfde, alsof dat afgesproken werk is. Hoe zit dat met jou, aan wie ontleen je inspiratie?

Dat verhaal dat ‘originaliteit niet bestaat’ en het allemaal alleen maar een kwestie van kopiëren en plakken is lijkt me vrij nihilistisch en cynisch. En dus is het allemaal erg gelaagd, het is zelfs niet zo dat ik het als jongere nou zo verkeerd zag, je kunt denk ik via allerlei wegen een soort eigenheid bereiken, het gaat er (denk ik) om dat je durft experimenteren, dat is denk ik voor een onderzoeker een bestaansvoorwaarde.

Maxime-Isis: Wat leuk dat u zo een fijn beeld van Den Haag heeft, kom zeker nog eens! En ja eerlijkheid en authenticiteit zijn zeker verbonden. Dat mensen elkaar nadoen zie ik ook in zekere zin. Dit vind ik vooral een heel jammer fenomeen die ik zeker niet op het individu afschuif, maar op een samenleving die anders zijn niet verwelkomd, die graag een homogene blob van identiteiten produceert. Het biedt natuurlijk ook een bepaalde veiligheid. En dan inspiratie, als ik een schrijver moet benoemen is dat Joost Oomen. Ik schreef al lang voor ik zijn werk kende, maar toen ik Het Perenlied las voelde ik een bepaalde herkenning. Het inspireerde me vooral om mijzelf serieuzer te nemen in een bepaalde zin. Ik vond nooit dat ik ‘mooie poëzie’ schreef en dat is ook te danken aan die vacuüm die u benoemt. Inspiratie ontleende ik dan ook nooit aan die klassiekers, die bekende namen. Ik haal daardoor ook vooral inspiratie uit de ongeschreven wereld, de vormgeving van b-merk producten in de supermarkt, schimmel in de douch. Het is eigenlijk vrij moeilijk te benoemen als ik er nu over na denk. De wereld biedt mij voorbeelden en het is aan mij om die te omschrijven, te verbinden, opnieuw te ontwerpen en dat gaat eigenlijk vrijwel automatisch, als ik maar luister. Wel is er een grote naam die mij veel heeft geleerd, Kurt Cobain. Toen ik op de rijpe leeftijd van dertien Nirvana ontdekte viel ik in een obsessie. De manier waarop hij schreef was vreemd, nieuw. Soms ging het meer om ritme en hoe het woord klinkt dan wat het nou eigenlijk betekent en dat is mij altijd bijgebleven.

Absoluut eens met het durven te experimenteren! Maar daar komt natuurlijk heel wat bij kijken. Een positie in de samenleving hebben die ruimte bied voor experimenteren is een heel geprivilegieerde positie. Ik studeer kunst, ik heb nu jaren de tijd voor zelf ontwikkeling op een persoonlijk en artistiek niveau, iets waar velen niet van kunnen genieten. Kapitalisme hé, voor mij komt bijna alles daar op neer. Ik zie een waardevolle samenleving als een waar iedereen werkt en doet naar zijn kunnen, naar wat voor hen authentiek is. In deze samenleving zou iedereen dus ook aangemoedigd worden om daar naar op zoek te gaan, maar dat past niet in een kapitalistische samenleving.

Ik probeer het met alle macht in mijn vingertoppen ietwat kort te houden want ik zou hier boekdelen over kunnen schrijven, maar wat ik wel nog belangrijk vind om te melden met betrekking tot mijn vorige zin is dat hoe graag ik ook zou willen speculeren over hoe je authentiek bent en wat nou iets authentiek maakt het mij logischer lijkt te kijken naar het systeem waar we in leven. Is het mogelijk überhaupt om tot authenticiteit te komen in een kapitalistische samenleving? Op de HAVO had ik dans, muziek, kunst, zang, theater en toen ik naar het VMBO ging viel dat allemaal weg. Ik kreeg vooral praktische vakken, koken, houtbewerken, haar knippen. Ook zeker creatieve vakken, maar met het oog op hoe ik later geld moest verdienen. Is het te volgen wat ik zeg? Hahaha.

MB:

Mijn visie daarop is dat je dingen vanuit de utopie moet leren definiëren in plaats van vanuit de dystopie. Ik geloof dat er een ‘misselijke geest’ zich in de mensheid heeft verschanst die er alles aan probeert te doen om de boel te verstieren. Een goed voorbeeld is dat jij zegt dat de kunstenaar zich schuldig zou moeten voelen omdat zij of hij kunst zou maken, omdat dat een ‘uitzonderingspositie’ of een ‘privilege’ zou zijn. Maar dat is een verschrikkelijk standpunt dat de dystopie normaliseert! Uiteraard moet een kunstenaar kunst maken! En hetzelfde denk ik over huidskleuren. Die zouden niet ter zake moeten doen. Als je beweert dat een wereld waarin huidskleur niet ter zake doet een privilege is dan normaliseer je dystopie en discriminatie. Mijn insteek is diametraal anders. In een utopische samenleving behandel je sadisten, psychopaten en racisten met psychedelica.

In de samenleving waar wij in leven behandelen we de mensen die zich niet goed voelen in de wereld die bovenstaande mensen schiepen.

Maxime-Isis:

Om even iets recht te zetten, ik bedoelde niet dat de kunstenaar zich schuldig moet voelen omdat die kunst maakt. Ik sta achter dat het een uitzonderingspositie is en een privilege om kunst te maken/studeren en dat dit goed is als kunstenaar aan de voorzijde van je hersenpan te houden. Ik zou graag zien dat kunst en creativiteit meer aangemoedigd worden bij het grote publiek. Als kinderen knutselen we nog, en dan opeens stopt dat. Dat zou ik graag anders zien.

Ook heb ik wat meer uitleg nodig over de zin ” Als je beweert dat een wereld waarin huidskleur niet ter zake doet een privilege is dan normaliseer je dystopie en discriminatie.” Ik denk niet dat ik dat beweert heb. Huidskleur is zeker ter zaken, institutioneel, sociaal. Geschiedenis vertelt ons dit keer op keer en het heden daarentegen ook, dat er mensen zijn die worden voorgetrokken en mensen die worden afgepoeierd op basis van hun huidskleur. Dus graag hoor ik wat meer over wat je bedoelde met die zin.

Om te speculeren waarom geen enkele politieke partij ‘geldloze maatschappij’ op zijn programma heeft zou ik toch zeggen geld, kapitalisme. Ik denk dat die greep die je benoemt strakker is dan we denken. Ik weet eigenlijk niet of ik er heel veel meer over kan zeggen.

MB:

Ik bedoel dat je door iets tot een privilege of een uitzondering te benoemen je automatisch de rest tot norm maakt.

Als je dus beweert dat kunst maken een privilege is zeg je dat je verdomd geluk hebt dat je kunst mocht maken van een of andere macht die schijnbaar het idee heeft dat kunst geen legitimiteit heeft op deze planeet – kapitalisme dus, inderdaad, of de geldgeest, dat is een wat breder begrip. Het zit dus impliciet in je taalgebruik ipv dat je zelf die mening ventileerde. Ik geloof dat ze de taal doelbewust zo hebben opgezet, om steeds dystopie te normaliseren. Dat huidskleur verhaal is hetzelfde. Mijn moeder werd geslagen met een stok door enge witte sekteleden. Was dat ook een privilege? Er zijn veel witte stammen die zich duizend jaar lang hebben verzet tegen de parasitaire geest. Nu zeggen dat je schuldig moet voelen op basis van je huidskleur is precies wat je bereikt als je het een privilege noemt een bepaalde huidskleur te hebben. Dat staat even los van het feit dat veel in de Westerse wereld erop gericht is witte mensen een voordeel te verstrekken. Dat ontken ik niet – ik heb wel een probleem met de term ‘geprivilegieerd’.

Maxime-Isis: Naja, kennelijk gebruiken wij taal op een andere manier! Kom maar op met de volgende vraag 🙂

MB: Je bent naar het zich laat aanzien met genderthema’s bezig in je werk. Hoe zou jij de wereld vormgeven als die dystopische verkramping geen invloed had en wat voor hiërarchische ideeen horen daarbij? En hoe zie je de rol van kunst in een utopische wereld?

Maxime-Isis: Ik ben inderdaad veel bezig met gender in mijn werk. Dit komt niet per se uit een plek van patriarchaat en de ongelijke verdeling tussen man en vrouw, soms wel maar zeker niet alleen, maar vooral veel uit gender identiteit. Ik zelf ben non-binair wat betekent dat ik me niet identificeer als man of vrouw. Ik schrijf veel over mijn eigen ervaringen met gender en ik hoop dat dit kan relateren tot andere non-binaire personen, aangezien we niet vaak worden meegenomen in gesprekken, kunst, literatuur.

De wereld hervormen is een hele lastige vraag. Hoe het nu gaat is overduidelijk niet ideaal, maar ik weet niet of ik de antwoorden bezit op hoe het beter kan. Ik heb zo mijn eigen ideeën over hoe het allemaal wat beter zou kunnen maar ik weet niet of dat de antwoorden zijn. Ik zou graag meer kunst zien, meer vrijheid zien, gelijkheid, een eerlijke verdeling van kapitaal. Ik voel me nu een beetje een Miss Universe die zegt dat ze wereldhonger wilt oplossen oeps. In een utopie zou de rol van kunst veel aanweziger zijn. Het doet me soms pijn als mensen zeggen dat ze niet creatief zijn, of niet aan kunst doen omdat ze er “niet goed in zijn”, wat dat ook betekent want in mijn idee kan iedereen kunst maken. Of het nou een recreatieve functie heeft of als iemand er hun carrière van wilt maken. Creativiteit is ook zo veel meer dan white cube kunst maken. Creativiteit is koken, sporten, zingen, dansen, wandelen, in de natuur zijn etc. Ik denk als we de restrictieve touwen die om kunst en creativiteit zitten los zouden knopen, er sowieso mooie dingen kunnen ontstaan!

MB: Je komt nu bij de Kaneelfabriek met een debuutbundel uit. Zou je daar alvast iets over kunnen vertellen? Een tip van de sluier oplichten?

Maxime-Isis: Ja! In deze bundel ga ik vooral in op het lichaam en alles wat daar bij komt kijken. Dit gaat van het vlezige fysieke tot het emotionele en spirituele. Ook over contact met andere lichamen. Het is erg persoonlijk, ik schrijf veel vanuit mijn eigen ervaring van het hebben van een lichaam. Het gaat over queer liefde maar ook maatschappelijk kritiek. Over verwachtingen die op mijn en andere hun lichaam worden gelegd en hoe ik daar mee omga, of niet mee omga. Ik wil vooral een hele eerlijke bundel uitbrengen. Waarin ik het lelijke niet mooier maak dan het is en het brutale niet makkelijk verteerbaar maak om lezers comfortabel te maken.

MB: Dank voor dit interview / gesprek. De debuutbundel van Maxime-Isis Vogels kunnen jullie aanvang 2023 in de winkel verwachten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.